Afhankelijk van de specifieke problemen, kunt u op school op verschillende manieren rekening houden met dyslectische leerlingen. Hieronder treft u een overzicht van enkele aanbevelingen. Mocht u zelf twijfelen over de juiste begeleiding van uw leerling met dyslexie, neemt u dan gerust eens contact met ons op om hierover van gedachten te wisselen.

  • Leerlingen met dyslexie zijn doorgaans mondeling beter in staat te laten zien wat ze kunnen dan schriftelijk. Probeer daarom niet altijd de nadruk te leggen op schriftelijke verwerking.
  • Geef leerlingen met dyslexie bij schriftelijke toetsen meer tijd of pas de hoeveelheid stof aan.
  • Sta het gebruik van hulpmiddelen voor het lezen en spellen toe, wanneer de lees- en spellingproblematiek teveel interfereert met het leren in algemene zin, zeker wanneer een kind al is uitbehandeld. Voorbeelden van hulpmiddelen zijn: het gebruik van ingesproken boeken (www.dedicon.nl) en kaarten met aandachtspunten (bijvoorbeeld de spellingregels).
  • Wanneer een leerling last heeft van dyslexie, bestaat de mogelijkheid om sommige toetsen, zoals de Cito-Eindtoets en het eindexamen op de middelbare school, onder afwijkende omstandigheden (www.steunpuntdyslexie.nl) te maken.
  • De voor dyslexie kenmerkende problemen met de interne verwerking van spraakklanken kunnen, afhankelijk van de ernst, consequenties hebben voor het gemak waarmee instructies worden begrepen. Het is daarom van belang het kind korte, individuele instructies te geven en achteraf te controleren of de instructies daadwerkelijk zijn opgepikt.
  • Een groter lettertype en overzichtelijke lay-out kunnen ervoor zorgen dat een dyslectische leerling zich makkelijker kan concentreren op het lezen en kunnen daarom nuttig zijn. Geef in elk geval nooit handgeschreven opgaven.
  • Aangezien leerlingen met dyslexie doorgaans meer tijd nodig hebben om hun expliciete kennis toe te passen bij de spelling, is het raadzaam ze wat meer tijd te gunnen om hun geschreven werk na te kijken. Een elegante oplossing is om een leerling tijdens een klassikaal dictee alleen de oneven zinnen te laten schrijven. Dit geldt ook voor dyslectische leerlingen die reeds behandeld zijn.
  • Het is voor een leerling met dyslexie fijn wanneer de leerkracht kennis heeft van en begrip heeft voor de problematiek. Dit kan onder meer worden getoond door een leerling niet voortdurend te vergelijken met klasgenoten, geen onverwachte leesbeurten te geven, waar nodig pre-instructie of extra voorbereidingstijd te geven, het bord niet te snel te wissen en geen rode pen te gebruiken bij het corrigeren.
  • De voor dyslexie kenmerkende problemen met de interne verwerking van spraakklanken kunnen consequenties hebben voor het rekenen. Vooral het laten inslijten van tafelkennis en het hoofdrekenen vormen dikwijls een probleem. Indien deze problemen zich voordoen, is het van belang de leerling gebruik te laten maken van tafelbladen. Daarnaast is het goed de leerling te stimuleren om zoveel mogelijk op papier uit te rekenen. Dit verkleint de kans op fouten.
  • Besteed extra aandacht aan het selecteren van boeken voor dyslectische leerlingen. Ga op zoek naar thema’s die de leerling in het bijzonder aanspreken.
  • Een dyslectische leerling is gebaat bij een flexibele houding van de leerkracht ten aanzien van spellingfouten. Het is daarom goed om fouten die meerdere keren worden gemaakt, slechts als één fout te rekenen en om spellingfouten in zaakvakken niet mee te rekenen (los van het feit dat fouten natuurlijk altijd besproken kunnen worden).