Over het IWAL

groen-350x225.jpg

Missie en visie

Het IWAL richt zich op het verlenen van zorg en het verzamelen van kennis op het gebied van leerproblemen. Wij richten ons primair op dyslexie en dyscalculie, maar hebben ook aandacht voor andere problemen, alsook voor factoren die het leren beïnvloeden. We doen er alles aan zorg van de hoogst mogelijke kwaliteit te bieden en mensen met leerproblemen te helpen zich optimaal te ontplooien.

Als expertisecentrum zetten wij ons verder in voor het vergroten van kennis op het gebied van leerproblemen. We nemen niet alleen de verantwoordelijkheid om wetenschappelijke inzichten door te geven in begrijpelijke taal, maar verrichten ook zelf fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek. Met behulp van publicaties (zowel populair als wetenschappelijk), colleges, cursussen, trainingen, lezingen en workshops delen wij onze kennis. Ook bieden wij landelijke media de helpende hand wanneer zij de complexe thematiek van leerproblemen onder de aandacht willen brengen.

Onze visie is dat praktijk en wetenschap in elkaars nabijheid de meest belangwekkende resultaten opleveren. Deze synergie geeft de beste garantie voor effectieve zorg en waardevolle kennis.

beige-350x225.jpg

Historie

In 1983 werd het IWAL opgericht vanuit de Faculteit Psychologie van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De naam, die tegenwoordig niet meer als afkorting wordt gebruikt, stond destijds voor: 'Instituut voor Woordblindheid en Andere Leerproblemen'. Het instituut had als doel om wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van hulpverlening op het gebied van leerproblemen samen te brengen.

Mensen met leerproblemen konden de samenleving en de universiteit een dienst bewijzen door deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek, maar konden tegelijkertijd profiteren van de vergaarde kennis.

Oprichting van een dergelijk instituut paste geheel in de tijdgeest van dat moment. Het was namelijk eind jaren zeventig dat het wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie in een stroomversnelling terecht kwam en dat de kennis van dyslexie exponentieel toenam. Nadat Vellutino met een reeks geraffineerde experimenten eindelijk had aangetoond dat dyslexie een taalprobleem was en nadat Geschwind en Galaburda in de hersenen van overleden dyslectici concrete afwijkingen hadden gevonden, heerste onder wetenschappers het gevoel dat men eindelijk grip op de zaak begon te krijgen. Men had aanknopingspunten voor verder experimenteel onderzoek en had bovendien een theoretisch referentiekader voor de ontwikkeling van behandelmethodes. Lees meer ...